Studentenproject
Initiatiefnemers
Studenten: Robin van de Laar en Tom den Held (HAS Green Academy)
Begeleiding: Carol van Helmond
Opdrachtgevers: Joost Tuithof (Brabant Water) en Mari de Bijl (Brabants Landschap)
Locatie
Groote Heide en Valkenhorst Noord-Brabant
Jaar van realisatie
2021
Omschrijving
In opdracht van Brabant Water en Brabants Landschap is door de HAS green academy onderzoek uitgevoerd naar het effect van wroeten door wilde zwijnen (Sus scrofa) op de bosbodemontwikkeling in naaldbossen.
Er is onderzocht of wroeten dichte bodemlagen kan doorbreken en leidt tot meer menging van de strooisellaag en de minerale ondergrond, en of daarmee door wroeten het bodemleven en de bodemvitaliteit wordt gestimuleerd.
Het onderzoek is uitgevoerd in twee naaldbossen in de omgeving van Heeze-Leende. Één in natuurgebied Grote Heide en één op landgoed Valkenhorst.
In beide gebieden zijn bodemmonsters genomen in wroetplekken en in nabije intacte bodem, waarmee de verschillen in de volgende parameters zijn onderzocht: Organische stof, vochtgehalte, bodemdichtheid, pH, buffercapaciteit, stikstof, afbraaksnelheid en bodemfauna.
Resultaten en conclusie
Uit dit onderzoek blijkt geen significant verschil in de gemeten parameters tussen wel en niet door wilde zwijnen omgewoelde grond. Een eventueel positief effect van wroetgedrag door zwijnen op de vermenging van organische stof in de minerale bodem is dus niet aangetoond.
Klimaatwinst
Wroetende wilde zwijnen verstoren de bosbodem, wat invloed heeft op het bodemleven en daarmee op de koolstofdynamiek. Door hun gewroet mengen ze de strooisellaag met de minerale bodem, wat de afbraak van organisch materiaal versnelt en op korte termijn juist tot koolstofverlies kan leiden.
Tegelijkertijd kan deze verstoring zorgen voor een actievere bodemfauna en betere doorwortelbaarheid, wat de vitaliteit van het bodemecosysteem ten goede komt. Ook wordt door wroetende wilde zwijnen de minerale bodem blootgelegd, wat gunstig is voor kieming van planten en boomsoorten, waarmee de vegetatieontwikkeling en de bosverjonging gestimuleerd wordt (mits de bodem na eenmalig wroeten met rust wordt gelaten en de kiemplanten niet opnieuw worden omgewoeld).
Een gezondere bodemstructuur kan de groei van bomen ondersteunen, wat op de langere termijn indirect bijdraagt aan koolstofopslag via verhoogde biomassa. Het effect van wilde zwijnen op koolstofopslag is dus complex en contextafhankelijk, met zowel positieve als negatieve aspecten waarover dit onderzoek geen uitsluitsel kan geven.